Opzet en bedoeling van het openluchtmuseum "Ellert en Brammert"
In 1954 heeft het dorp Schoonoord zijn 100-jarig bestaan gevierd. Enkele jaren na hetzelfde jubileum van het Oranjekanaal. Enkele tientallen jaren geleden is Schoonoord niets anders geweest dan een verspreide nederzetting van in hoofdzaak plaggenhutten, die werden bewoond door arbeiders, die vanuit de omliggende provincies hierheen kwamen om te werken, want door ontsluiting door middel van het Oranjekanaal konden de diverse venen geëxploiteerd worden. Deze zeer gemengde bevolking, voor een deel zelfs uit Hannover afkomstig, leefde arm en sober, was wel arbeidszaam, maar ruw en zelfs gevreesd door de bevolking van de omliggende Drentse dorpen. Een pastoor heeft er dan ook van gezegd, dat het geen Duitsers en geen Hollanders waren maar "Wilden" mede door de zeer primitieve huisvesting van deze mensen. Om deze historische situatie weer in herinnering te brengen zijn in 1954 verschillende van deze plaggenhutten weer opgebouwd en later met een en ander verder aangevuld.

In de toekomst hoopt het bestuur het geheel nog meer uit te breiden en te verbeteren.


Een paar uur lang een eeuw terug in de tijd!
Het museum is ontstaan tijdens de viering van het 100-jarig bestaan van Schoonoord in 1954. Als onderdeel van de festiviteiten werden een paar plaggenhutten gebouwd. Hiermede wilde men het wonen in vroegere tijden laten zien. De belangstelling was zo groot dat men besloot de hutten een blijvende plaats te geven. In de loop van de jaren hebben diverse uitbreidingen plaatsgevonden en is het museum geworden zoals het nu is. Het museum dankt zijn naam aan de beide reuzen uit de legende over deze rovers. De legende over Ellert en Brammert heeft zich volgens de overlevering afgespeeld op het Ellertsveld. In dit gebied ligt ook het museumterrein. Zij fungeren als blikvangers bij de ingang van het museum. De exploitatie van het museum vindt plaats zonder overheidssteun. Uw bezoek maakt dit mogelijk en wordt dan ook bijzonder op prijs gesteld.
\\\\

De legende van Ellert en Brammert
Vrijwel elke streek en ieder land heeft zo in de loop der tijden zijn algemeen bekende verhalen welke zijn uitgegroeid tot legenden. Ook onze streek heeft zo zijn legende, die ook vrijwel in de gehele provincie bekend is. Het verhaal van de reuzen Ellert en Brammert, die aan de ingang van het openluchtmuseum staan.

Het Ellertsveld ontleent zijn naam aan de meest bekende Drentse legende, namelijk die van Ellert en Brammert. In de loop der jaren is dit volksverhaal in verschillende versies overgeleverd, maar de kern is toch altijd hetzelfde gebleven.

De overlevering zegt dat zo vier eeuwen geleden hier twee reuzen hebben gewoond: vader en zoon. Het waren ruwe kerels, die een onderaardse hut hadden gemaakt op het grote heideveld, tegenwoordig bekend onder de naam Ellertsveld. Vanuit hun hut stroopten de beide rovers de omgeving af. Wie niet dringend het Ellertsveld moest passeren, waagde zich er niet. Vanuit hun hol hadden Ellert en Brammert draden in alle richtingen over het veld gespannen. Deze draden waren met een bel verbonden. Als een argeloze reiziger ongemerkt een van deze draden raakte, begon de bel te klingelen. Ellert en Brammert trokken er dan onmiddelijk op uit om de reiziger met dikke knuppels neer te slaan en te beroven. Veel kooplieden vielen zo in handen van het roofzuchtige duo en wanneer ze het er levend van af brachten mochten ze nog dankbaar zijn.
Op een dag, toen vader en zoon door de heide struinden, bemerkten ze op de es van het dorpje Orvelterveen een knap, jong meisje: Marieke. Het arme meisje werd meegesleept naar het hol en moest daar zeven jaar lang het huiswerk verrichten. Een nadeel van een vrouw in huis voor de rovers was, dat ze nooit meer samen op pad konden gaan. Steeds moest een van beiden Marieke bewaken. Eens toen vader Ellert alleen met Marieke in het hol was, gaf hij haar de opdracht om hem te scheren. Marieke rook haar kans en sneed tijdens het scheren hem met het vlijmscherpe scheermes de strot af. Terwijl de reus stervende in elkaar zakte, nam zij de benen naar huis. Toen Brammert ontdekte wat er met zijn vader gebeurd was, zette hij de achtervolging in. Hij kon haar net niet meer inhalen.
De volgende morgen zag men dat er in de deur, die het meisje achter zich had dichtgeslagen, een grote bijl was blijven steken. Brammert had haar op een haar na gemist! Marieke en haar ouders verhuisden zo spoedig mogelijk naar een veiliger streek. En alle andere inwoners van Orvelterveen, die Brammerts wraak vreesden, verlieten het dorpje eveneens. Het duurde niet lang of het hele dorp was verplaatst.

Wat er van dit oerdrentse verhaal waar is, is niet meer na te gaan. Orvelterveen is inderdaad een dorpje geweest tussen Orvelte en de Kiel. Bij onderzoek in 1911 heeft men daar nog lemen dorsvloeren van vroegere boerenhoeven onder het zand weg gegraven.